In This Issue

Jump to Page

1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34 | 35 | 36 | 37 | 38 | 39 | 40 | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | 46 | 47 | 48 | 49 | 50 | 51 | 52 | 53 | 54 | 55 | 56 | 57 | 58 | 59 | 60 | 61 | 62 | 63 | 64 | 65 | 66 | 67 | 68 | 69 | 70 | 71 | 72 | 73 | 74 | 75 | 76 | 77 | 78 | 79 | 80 | 81 | 82 | 83 | 84 | 85 | 86 | 87 | 88 | 89 | 90 | 91 | 92 | 93 | 94 | 95 | 96 | 97 | 98 | 99 | 100 | 101 | 102 | 103 | 104 | 105 | 106 | 107 | 108 | 109 | 110 | 111 | 112 | 113 | 114 | 115 | 116 | 117 | 118 | 119 | 120 | 121 | 122 | 123 | 124 | 125

DE ENERGIETOEKOMST VAN DE BRUSSELSE GEBOUWEN: TUSSEN BEWAREN EN PRESTEREN

Het resultaat geeft de evolutie van de temperatuur en het vochtgehalte in de dwarsdoorsnede van de muur weer in functie van de tijd. De evolutie van het vochtgehalte is weergegeven in afbeelding 5 en 6, respectievelijk voor de achter- en voorgevel, telkens voor elk van de mogelijke situaties. Afbeelding 7 geeft tot slot de evolutie van de temperatuur in de voorgevel weer. De simulatie werd telkens uitgevoerd over een referentieperiode van meerdere jaren om een evenwicht in het vochtgehalte in de muur te bekomen. De grafieken geven enkel de evolutie van de temperatuur en het vochtgehalte tijdens het laatste jaar van deze referentieperiode weer. In het geval van het gevelmetselwerk aan de achterzijde (enkel baksteenmetselwerk) volstond een totale referentieperiode van drie jaar. Voor het metselwerk aan de voorgevel, met het parement in Euvillesteen, was een referentieperiode van vijf jaar vereist om een evenwicht te bereiken.

De evolutie van het vochtgehalte in het gevelmetselwerk vertoont aanzienlijke verschillen tussen de vooren achtergevel enerzijds, de initiële toestand en de beide opties voor plaatsing van binnenisolatie anderzijds. Periodes van hevige regenval, hoofdzakelijk in het voorjaar en het najaar, kunnen gemakkelijk in de verdeling van het vochtgehalte in het metselwerk herkend worden. Aan het buitenoppervlak, telkens weergegeven aan de onderzijde van de grafieken, wordt het regenwater

Materiaaleigenschap Euville baksteen legmortel voegmortel Euville voegmortel baksteen
porositeit (vol%) 11 31 24 22 28
gemiddelde poriëndiameter (µm) 6.1 0.56 0.069 0.67 0.60
dichtheid (kg/m3) 2310 1624 1789 1886 1676
waterabsorptiecoëfficiënt (kg/m2s0.5) 0.03 0.16 0.03 0.08 0.11
capillaire verzadigingsgraad (kg/m3) 91 219 103 242 248
thermische geleidbaarheid (W/mK) 0.7 0.6 0.7 0.7 0.7
dampdoorlaatbaarheid (-) 56 20 15 5 10

Tabel 2

Overzicht van de experimenteel bepaalde materiaaleigenschappen (© KIK-IRPA).

Tabel 3

Overzicht van de verschillende rekenmodellen om de temperatuurverdeling en de vochtbalans in het gevelmetselwerk te analyseren in functie van de binnenisolatie. De buitenzijde van de gevel bevindt zich in de schematische voorstelling van de geveldoorsnede telkens aan de linkerzijde (© KIK-IRPA).



71