In This Issue

Jump to Page

1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34 | 35 | 36 | 37 | 38 | 39 | 40 | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | 46 | 47 | 48 | 49 | 50 | 51 | 52 | 53 | 54 | 55 | 56 | 57 | 58 | 59 | 60 | 61 | 62 | 63 | 64 | 65 | 66 | 67 | 68 | 69 | 70 | 71 | 72 | 73 | 74 | 75 | 76 | 77 | 78 | 79 | 80 | 81 | 82 | 83 | 84 | 85 | 86 | 87 | 88 | 89 | 90 | 91 | 92 | 93 | 94 | 95 | 96 | 97 | 98 | 99 | 100 | 101 | 102 | 103 | 104 | 105 | 106 | 107 | 108 | 109 | 110 | 111 | 112 | 113 | 114 | 115 | 116 | 117 | 118 | 119 | 120 | 121 | 122 | 123 | 124 | 125

ON LINE ERFGOED BRUSSEL – STUDIEDAG – 11/12/2014

Volgens een studie van het energieverbruik door het bouwfysisch studiebureau Daidalos Peutz, wordt het primair energieverbruik in de ‘actuele’ toestand geschat op 400 kW/m2a – wat een ‘actueel’ E-peil oplevert van 180 en een K-peil van 110 voor de gebouwschil (Daidalos, 2011). Om tot deze schatting te komen werd rekening gehouden met de huidige gebouwschil, maar met een nieuwe technische installatie voor verwarming, koeling, verlichting en sanitair. Daar de oorspronkelijke installaties ontbreken – en allicht niet volgens de bestaande rekenmodules naar behoren gesimuleerd kunnen worden – levert deze schatting een ondergrens op met betrekking tot het oorspronkelijke verbruik. Dit resultaat geeft echter het te verwachten reële verbruik aan wanneer geen bouwkundige ingrepen aan de constructie zouden voorzien worden. Daar dit energieverbruik niet aan de actuele energienorm voor nieuwbouwkantoren in de Brusselse agglomeratie beantwoordt, is, hoewel dergelijke monumenten principieel buiten deze regelgeving vallen, een verlaging van het energieverbruik wenselijk.

Omdat in de huidige toestand verwarming naar schatting ongeveer drie kwart van het totale energieverbruik inneemt, zal een verbetering van de isolatiewaarde van de gebouwschil onmiddellijk leiden tot een gevoelige daling van het primair energieverbruik. Vooral het niet-geïsoleerde dak is daarbij een belangrijke bron van warmteverlies: 44% van het totale warmteverlies verdwijnt via het dak. Maar ook de gevels (20%) en de ramen (28%) zijn belangrijke verliesposten. De huidige transmissieverliezen (U-waarden) voor de verschillende delen van de gebouwschil liggen immers ver boven de maximale normwaarden voor nieuwbouw (tabel 1).

Vanuit deze gegevens werd een voorstel uitgewerkt om de isolatiewaarden van de verschillende bouwdelen te verbeteren door i) de gevels langs de binnenzijde te isoleren, ii) het dak en de vloeren te isoleren en iii) voorzetramen te plaatsen met een mobiele zonwering in de spouw tussen de beschermde en de nieuwe ramen. In eerste instantie werd een voorstel uitgewerkt (voorstel A), waarbij de buitenmuren aan de binnenzijde worden geïsoleerd met een 12 cm dikke calciumsilicaatplaat, afgewerkt met een bepleistering. Dit levert een U-waarde op van 0.26 W/m2K. Na aanpassing beantwoorden daardoor de verschillende gebouwdelen aan de huidige normwaarden (tabel 1). In een tweede fase (voorstel B) werd een alternatieve oplossing voorgesteld voor de uitvoering van de binnenisolatie op basis van een 3 cm dikke isolerende bepleistering, waarmee een U-waarde van 0.62 W/m2K kan worden gerealiseerd. Ten overstaan van de oorspronkelijke situatie levert een dergelijke binnenisolatie een meerwaarde op, hoewel deze volgens de energieprestatieregelgeving niet meer aan de huidige vereisten voldoet.

Het primair energieverbruik op jaarbasis daalt hierdoor van 400 kW/m2 naar 188 kW/m2. De nieuwe K- en E-peilen worden respectievelijk 27 en 81: een sterke verbetering, maar voor wat het E-peil betreft nog steeds een te hoog energieverbruik om te spreken van een bijna-energieneutraal kantoorgebouw (K-peil lager of gelijk aan K40 en E-peil lager of gelijk aan E40).

MOGELIJKHEDEN EN RISICO’S VERBONDEN AAN DE VERBETERING VAN DE ISOLATIE VAN MONUMENTENGEVELS

Principieel zijn er drie mogelijke scenario’s voor de verbetering van de thermische isolatie van gevels: buitenisolatie, naspouwisolatie en binnenisolatie. Wat betreft de kwaliteit en de prestatie is buitenisolatie zonder meer de beste keuze: koudebruggen worden vermeden en de dragende structuur wordt beschermd tegen

Gebouwdeel Actuele waarde (W/m2K) Voorstel A (W/m2K) Voorstel B (W/m2K) Maximale U-waarde (W/m2K)
dak 3.8 0.26 0.26 0.30
gevel 1.0 0.27 0.62 0.40
vloer (in contact met volle grond of kelder) 0.7 0.32 0.32 0.40
vloer (in contact met buitenomgeving) - - - 0.60
raam 5.1 1.8 1.8 2.50
glas - - - 1.60

Tabel 1

Overzicht van de transmissieverliezen voor de verschillende delen van de gebouwschil voor de initiële toestand en de opgemaakte voorstellen voor verbetering van de isolatie. Tevens zijn de maximaal toegelaten U-waarden voor de individuele bouwdelen volgens de huidige normering aan de tabel toegevoegd (© KIK-IRPA).



68 | Risico-analyse van de toepassing van binnenisolatie in historische gebouwen